Verkorting betaaltermijn grote bedrijven in zicht

Sinds twee jaar moeten grote bedrijven de rekeningen van mkb-leveranciers binnen een wettelijk geregelde termijn van zestig dagen betalen. Deze wet lijkt tot gevolg te hebben dat de gehanteerde betaaltermijn langer wordt. Volgens Graydon bedraagt de gemiddelde betaaltermijn van grote naar kleine bedrijven in 2018 41,5 dagen. In de jaren daarvoor was de termijn gedaald naar 36,5 dagen.

Als uit de evaluatie van de Wet betalingstermijnen grote bedrijven blijkt dat grote bedrijven de maximale termijn als norm hanteren, wil de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat de betalingstermijn verkorten naar 30 dagen.  De evaluatie van de wet is gepland voor de zomer van 2019.

Kamerbrief evaluatie verevening pensioenrechten bij scheiding

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de tweede evaluatie van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar aanleiding van de evaluatie kondigt de minister aan dat hij in de loop van volgend jaar een wetsvoorstel zal indienen om de Wvps en de Pensioenwet op een aantal punten te wijzigen.

Voorgestelde wijzigingen
De huidige standaardmethode van verevening wordt vervangen door conversie. De ex-partners verkrijgen door conversie een zelfstandig recht op het hen toekomende deel van het ouderdomspensioen van de ander. De standaard voor het uitbetalen via de pensioenuitvoerder wordt aangepast van “nee, tenzij u een formulier toestuurt” in “ja, tenzij u aangeeft dat u het pensioen niet of anders wilt verdelen”. In verband met de aanpassing van het wettelijk stelsel van de gemeenschap van goederen per 1 januari 2018 wordt de periode waarover het bijzonder partnerpensioen wordt toegekend verkort tot de huwelijkse periode. Op dat punt moet de Pensioenwet worden gewijzigd. De werkingssfeer van de Wvps wordt overigens niet uitgebreid tot ongehuwd samenwonenden.

De Wvps
De Wvps heeft alleen betrekking op gehuwden en geregistreerde partners, niet op ongehuwd samenwonenden. Op grond van de Wvps hebben partners bij een scheiding ieder recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Standaard komt door verevening vanaf de pensioeningangsdatum een deel van het ouderdomspensioen ten goede aan de ex-partner. De pensioenuitvoerder regelt de uitbetaling als de ex-partners binnen twee jaar na de scheiding een verzoek daartoe hebben doorgeven. Gebeurt dat niet of te laat, dan zullen de ex-partners te zijner tijd zelf uitbetaling moeten claimen bij de ander. Ex-partners kunnen afwijkende afspraken maken over het pensioen. Een van de mogelijkheden is de omzetting op het moment van scheiding van het deel van het ouderdomspensioen van de andere partner in een zelfstandige aanspraak (conversie).

Zonder notaris trouwen in algehele gemeenschap van goederen

Tot 1 januari 2018 was het uitgangspunt van het huwelijksgoederenregime de algehele gemeenschap van goederen. Wie daarvan wilde afwijken moest naar de notaris om huwelijkse voorwaarden op te laten stellen. Voor mensen, die na 1 januari 2018 in het huwelijk treden, geldt zonder nadere regeling een beperkte gemeenschap van goederen. Willen mensen in algehele gemeenschap van goederen trouwen, dan moeten zij naar de notaris voor het opmaken van huwelijkse voorwaarden.

De minister van Rechtsbescherming komt nu met een wetsvoorstel waarin wordt geregeld dat mensen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen niet naar de notaris hoeven. In plaats daarvan kunnen zij volstaan met een verklaring, die zij uiterlijk één werkdag voor de huwelijksvoltrekking bij de ambtenaar van de burgerlijke stand moeten indienen. De ambtenaar van de burgerlijke stand draagt op verzoek van het echtpaar zorg voor registratie in het huwelijksgoederenregister van de verklaring. Dat doet hij door de verklaring door te sturen naar de griffie van de rechtbank. Omdat het geregistreerd partnerschap wettelijk gelijk wordt behandeld als het huwelijk, geldt dit wetsvoorstel ook voor de registratie van een partnerschap.

De minister heeft het wetsvoorstel ter consultatie gepubliceerd. Wie dat wil kan daar tot 8 april op reageren.

Nieuw modelkoopcontract woningen

De minister van Binnenlandse Zaken heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over een nieuwe versie van het modelkoopcontract voor woningen. Het nieuwe modelkoopcontract bevat zowel het voorbehoud van financiering als het voorbehoud van de bouwkundige keuring. De risico’s die consumenten lopen worden hiermee verkleind. In de definitieve overeenkomst moet expliciet worden aangegeven waar is afgeweken van het modelkoopcontract. Het afzien van het voorbehoud van financiering of bouwkundige keuring wordt dan door middel van een doorhaling zichtbaar. In de toelichting bij de nieuwe modelkoopovereenkomst wordt expliciet gewezen op de risico’s van het afwijken van de voorbehouden van financiering en bouwkundige keuring. Ook dit moet helpen om de risico’s die consumenten lopen te verkleinen.

De minister ziet de nieuwe modelovereenkomst en de toelichting daarop als een belangrijke stap om de consument in de krappe woningmarkt beter te beschermen. In dat kader heeft het gebrek aan transparantie van makelaarstarieven de aandacht van de minister. In juli 2017 heeft de voorganger van de minister een vervolgonderzoek naar het afzien van voorbehouden aangekondigd. De minister verwacht voor de zomer de Tweede Kamer te kunnen informeren over de uitkomsten van het onderzoek.

Wetsvoorstel waardeoverdracht kleine pensioenen

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel betreffende de waardeoverdracht van kleine pensioenen in behandeling. Tijdens de behandeling daarvan heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toegezegd een brief aan de Kamer te sturen over een aantal onderwerpen.

Heel klein pensioen
Een onderdeel van het wetsvoorstel is het laten vervallen van heel kleine pensioenaanspraken. Het gaat dan om uitkeringen van minder dan € 2 bruto per jaar. Maar weinig mensen met een dergelijke pensioenaanspraak maken gebruik van het recht op waardeoverdracht. Twee jaar na einde van de deelneming aan een pensioenregeling kan de pensioenuitvoerder een heel klein pensioen afkopen. Deelnemers reageren vaak niet op afkoopbrieven van het pensioenfonds, waardoor een poging tot afkoop niet slaagt. De kosten van het aanhouden van heel kleine pensioenaanspraken zijn onevenredig hoog. De Kamer heeft de minister gevraagd om een laatste poging te doen om het heel kleine pensioen bij de betreffende mensen te krijgen. De minister stelt nu voor om:

  1. Het onderdeel “heel klein pensioen” van het wetsvoorstel pas op 1 januari 2019 in werking te laten treden.
  2. Pensioenuitvoerders krijgen daardoor voldoende tijd voor een eenmalige “opschoonactie”. 
  3. In de periode tot 1 januari 2019 kunnen deelnemers gebruikmaken van de mogelijkheid van individuele waardeoverdracht en pensioenuitvoerders van het recht op afkoop. De deelnemers kunnen hierop gewezen worden door de Rijksoverheid en de pensioenuitvoerders.
  4. Pensioenuitvoerders kunnen op termijn ook voor bestaande heel kleine pensioenen eenmalig een poging tot automatische waardeoverdracht doen alvorens deze aanspraken te laten vervallen.